vaar...

 MARIE GALANTE

Bemanning

 

De Marie Galante vaart met een kleine, uiterst professionele bemanning. 

De overige bemanningsleden monsteren per seizoen, of zelfs per tocht aan. Zo gaat dat al zolang er gevaren wordt. Een ding is in ieder geval zeker; wie het vak niet kent komt de Marie Galante niet op.

 

 

Lees meer

 

De geschiedenis van een historische logger met acht namen...

De logger werd in mei 1915 gebouwd op de werf van Conrad Lühring in het Duitse Hammelwarden als zeillogger voor de Elsflether Heringfischerei-Gesellschaft. Het bouwnummer was 143. het was het zestiende schip van dit type dat Lühring bouwde. De Braker Heringfischerei nam er dertien af en de andere drie gingen naar Elsfleth.

Lees hieronder verder...

 

Het schip werd naar de thuishaven genoemd, Elsfleth, en kreeg het nummer O.E. 45 met het kenmerk NKBG. De afmetingen bedroegen 24.90 x 6.55 x 2.92 meter, bij 110 Bruto registerton en 87 Netto registerton. Het had een bemanning van vijftien koppen (met de kapitein). Het schip werd gebouwd volgens de voorschriften van de Duitse Lloyd en viel in de hoogste klasse + 100 A4 K.

De eerste elf jaar werd het schip ingezet in de sleepnetvisserij en voer het uitsluitend op windkracht. Pas in 1926 kreeg de Elsfleth haar eerste motor, een in Brake gebouwde Explosiemotor van de Deutsche Kromhout Motorenfabrik. De twee cylinders produceerden samen 75 Pk. De noodzakelijke verbouwing werd samen met de installatie van de motor weer verricht door de werf van Lühring in Hammelwarden. Aan de tuigage werd niets veranderd.

In 1931 kreeg de logger een nieuwe eigenaar, de Bremen-Vegesacker Fischerei Gesellschaft. Met het nieuwe nummer B.V. 24 maar onder dezelfde naam bleef ze verder tot vlak voor het uitbreken van de oorlog een haringlogger.

In 1939 werd het onrendabel geworden schip verkocht aan kapitein Heinrich Sandkamp uit Stettin. Die liet de logger ombouwen tot vrachtschip en doopte haar om tot Wilhelm Schiermann. De thuishaven was Stettin. Het kreeg een 120 Pk DWM motor van de Deutsche Werke. In 1945 vluchtte Sandkamp met zijn familie op het schip naar Uetersen waar zijn kinderen Erich en Maria Sandkamp tot 1951 als eigenaren van de vrachtlogger geregistreerd stonden.

In 1951 kwam het schip onder Zweedse vlag. Als Ömen (SFTV) was het eigendom van de reder G.E. Olsson uit Skärhamm. 

Tussen 1958 en 1962 voer de logger onder haar derde naam Ömen voor de rederij van Thorvald Olofson, ook uit Skärhamm. Het is dan nog altijd een motorzeilschip, met een grootzeil, bezaan, fok en kluiver. 

In 1962 werd het omgedoopt tot Edca, toen het in handen kwam van de Deense schipper C.P. Henriksen uit Skarup?re die de thuishaven eerst naar Svendborg en een jaar later naar Odense verlegde. 

In 1971, toen schipper J. Pedersen eigenaar werd, werd de naam veranderd in Winston en de thuishaven in Vejle.

Toen schipper Eigil Christensen in 1974 eigenaar werd, gaf ook hij het weer een nieuwe naam, Metric, en werd de thuishaven Hov.

In 1978 maakte schipper H.J.H. Hansen er de Spica van, en kreeg het Stege als thuishaven.

Dat was de laatste Deense eigenaar.

In 1979 kwam de Spica in bezit van de Enkhuizenaar Kees Rol die de verlieslijdende vrachtlogger liet ombouwen tot een passagierszeilschip. De verbouwing werd grotendeels verricht door de nieuwe eigenaar en zijn vrienden en was in 1982 voltooid. Het kreeg toen zijn achtste naam Marie Galante omdat het schip Kees Rol deed denken aan een middeleeuwse Spaanse dame, elegant en trots.

Het is sindsdien gaffelschoener getuigd met een dieselmotor die drie keer zo krachtig is als de eerste hulpmotor uit 1926. Het ruime stuurhuis dateert van deze verbouwing.